Karen brengt haar man naar zijn werk. De buurman verschijnt daar om afval weg te gooien. Karen waarschuwt de man over het scheiden van afval en er ontstaat een discussie. Boos over de houding van Karen, besluit de man om Karen te manipuleren door haar van hem te maken. Hij drukt op de bel en schijnt plotseling een lamp op Karen, die naar buiten komt en zegt: "Je kunt niet tegen mij op..."